Er zijn momenten in een auto die bepalen hoe een voertuig echt aanvoelt. Niet de eerste blik op het exterieur. Niet het aantal pk in de folder. Niet eens het verbruik op het gegevensblad. Maar dat kleine, onopvallende moment wanneer je tijdens het rijden intuïtief naar een knop zoekt - en plotseling merkt dat die er niet meer is.
In plaats daarvan: glas.
Een glad oppervlak waarachter menu's verborgen zitten. Submenu's. Veegbewegingen. Symbolen die eruitzien als knoppen, maar dat niet zijn. En terwijl het verkeer buiten drukker wordt, terwijl de snelheid stijgt of de regen harder valt, dwaalt de blik niet meer vanzelfsprekend terug naar de weg - maar blijft iets te lang hangen op het scherm.
Precies hier begint de daadwerkelijke discussie over moderne auto-interieurs. Niet bij designprijzen. Niet bij beursprimeurs. Maar in het echte dagelijkse leven.